Перейти к содержимому

Ds. P. de Vries | Markus 16: 15-16 | Geloof en doop | Dooppreek |

Evangelie Herauten

0:00 / 0:00

Ds. P. de Vries | Markus 16: 15-16 | Geloof en doop | Dooppreek |

1 397 просмотров · 1 дн. назад
Evangelie Herauten
28,1 тыс. подписчиков
1 397 просмотров · 1 дн. назад
“Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen. Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden.” Ds. P. de Vries staat in deze dooppreek stil bij de opdracht van Christus om het Evangelie overal en aan alle mensen te verkondigen. Het Evangelie is volgens hem geen boodschap die voor sommige mensen niet bedoeld zou zijn: geen dorp, stad, land of mens mag worden overgeslagen. Hij benadrukt dat geloof meer is dan kennis van de christelijke leer. Iemand kan als het ware een huis van zolder tot kelder kunnen beschrijven en er toch nooit binnen zijn geweest. Zo kan iemand veel weten over het christelijk geloof en toch zelf buiten Christus staan. Ook spreekt ds. De Vries over de toon van de Evangelieverkondiging. Het bevel om te geloven is volgens hem niet het bevel van een sergeant-majoor die rekruten afdrilt, maar de stem van de Goede Herder Die Zijn schapen roept. Vervolgens gaat hij uitvoerig in op de betekenis van de doop. De doop is teken en zegel van de inplanting in Christus, de reiniging door Zijn bloed, de vernieuwing door Zijn Geest en de afsterving van de oude en opstanding van de nieuwe mens. Hij bespreekt daarbij ook de kinderdoop, de plaats van kinderen in Gods verbond en het verschil tussen gedoopt zijn en wedergeboren zijn. Aan het einde maakt hij de toepassing persoonlijk: het beslissende is niet alleen of iemand gedoopt is, maar of zichtbaar wordt dat God door Zijn Geest in het hart werkt. Daarbij haalt hij een lied van John Newton aan: “Als ik U reeds liefheb, geef dat ik U meer lief mag krijgen. Als ik U nog niet liefheb, geef dat ik U nu lief mag krijgen.” Preken van ds. P. de Vries staan met zijn toestemming op Evangelie Herauten.