Перейти к содержимому

ds. W.A. Capellen | De rijke zegen van God

CGK Urk - Maranatha

0:00 / 0:00

ds. W.A. Capellen | De rijke zegen van God

31 просмотр · 3 дн. назад
CGK Urk - Maranatha
3,15 тыс. подписчиков
31 просмотр · 3 дн. назад
Schriftlezing: Leviticus 2: 1,2 en Psalm 115 Tekst voor de preek: Psalm 115: 12a, 13 Thema: De rijke zegen van God 1. Een ontvangen zegen 2. Een beloofde zegen 3. Een grote zegen Leviticus 2: 1,2 1 Als nu een ziel een offerande van spijsoffer den HEERE zal offeren, zijn offerande zal van meelbloem zijn; en hij zal olie daarop gieten, en wierook daarop leggen. 2 En hij zal het brengen tot de zonen van Aäron, de priesters, een van welke daarvan zijn hand vol grijpen zal uit deszelfs meelbloem, en uit deszelfs olie, met al deszelfs wierook; en de priester zal deszelfs gedenkoffer Psalm 115 1 Niet ons, o HEERE! niet ons, maar Uw Naam geef eer, om Uwer goedertierenheid, om Uwer waarheid wil. 2 Waarom zouden de heidenen zeggen: Waar is nu hun God? 3 Onze God is toch in den hemel, Hij doet al wat Hem behaagt. 4 Hunlieder afgoden zijn zilver en goud, het werk van des mensen handen; 5 Zij hebben een mond, maar spreken niet; zij hebben ogen, maar zien niet; 6 Oren hebben zij, maar horen niet; zij hebben een neus, maar zij rieken niet; 7 Hun handen hebben zij, maar tasten niet; hun voeten, maar gaan niet; zij geven geen geluid door hun keel. 8 Dat die hen maken hun gelijk worden, en al wie op hen vertrouwt. 9 Israël! vertrouw gij op den HEERE; Hij is hun Hulp en hun Schild. 10 Gij huis van Aäron! vertrouw op den HEERE; Hij is hun Hulp en hun Schild. 11 Gijlieden, die den HEERE vreest! vertrouwt op den HEERE; Hij is hun Hulp en hun Schild. 12 De HEERE is onzer gedachtig geweest, Hij zal zegenen; Hij zal het huis van Israël zegenen, Hij zal het huis van Aäron zegenen. 13 Hij zal zegenen, die den HEERE vrezen, de kleinen met de groten. 14 De HEERE zal den zegen over ulieden vermeerderen, over ulieden en over uw kinderen. 15 Gijlieden zijt den HEERE gezegend, Die den hemel en de aarde gemaakt heeft. 16 Aangaande den hemel, de hemel is des HEEREN; maar de aarde heeft Hij den mensenkinderen gegeven. 17 De doden zullen den HEERE niet prijzen, noch die in de stilte nedergedaald zijn. 18 Maar wij zullen den HEERE loven van nu aan tot in der eeuwigheid. Hallelujah!