Johann Sebastian Bach Das alt Jahr vergangen ist BWV 614 Stef Tuinstra Martinikerk Groningen
Stef Tuinstra
0:00 / 0:00
Johann Sebastian Bach Das alt Jahr vergangen ist BWV 614 Stef Tuinstra Martinikerk Groningen
515 просмотров · 2 г. назад
Stef Tuinstra
171 подписчик
515 просмотров · 2 г. назад
Hoe kun je het oude jaar beter uitspelen dan met Bachs 'Das alte Jahr vergangen ist'? In de oudejaarsdienst 2023 heb ik daarom hiervoor gekozen. Ter afsluiting/voltooiing ervan speel ik de koraalzetting uit de, postuum door C. Ph. E. Bach en J. Ph. Kirnberger uitgegeven, 371 koralen van Bach. Ze werden in de periode 1765-1787 in vier bundels gepubliceerd. De zetting is uit de Cantate BWV 288; de nummering van de genoemde uitgave is 162.
De bewerking van Das alte Jahr is opgenomen in het Orgelbüchlein (ontstaan in de periode 1708-1723, Weimar/Köthen). Het notenbeeld lijkt gecomponeerd te zijn n.a.v. de coupletten 1, 3 en 4. Veel uiteenlopende retorische figuren, die uiteraard allemaal hun muzikale aandacht verdienen, de lange stijgende chromatische spanningslijn van de melodie in het middendeel, een zelfde dalende lijn daarna in de begeleiding, de vele onverwachte melodische en harmonische wendingen. Dit alles duidt op een smeekbede waarvan de teksten spreken: verzuchtingen en een klacht over het leed in het afgelopen jaar, de strijd om het bestaan, de begane zonden, de angst en onzekerheid over Gods nabijheid bij noodlot en vijandschap, steun en troost in het nieuwe jaar. Dit alles tot aan het einde toe wanneer na zwaarmoedige seufzers een dramatische exclamatio klinkt, vol vertwijfeling. Maar tussendoor en ook bij het slotakkoord klinkt juist bevestiging en troost. De melodie eindigt op tertshoogte en niet met de grondtoon. De trias harmonica waarmee God het mensenleven stuurt en heelt.
Om al deze intense expressie tot uiting te brengen en de luisteraar de diepe emoties ervan te laten beleven kan het tempo niet anders zijn dan adagio, aan het slot adagissimo, met veel ruimte voor 'adem' en subtiele minieme pauzes in de notenstructuur. Een dergelijk langzaam tempo bemoeilijkt in muzikale zin de uitvoering ervan aanzienlijk, met name wat betreft de timing, frasering, articulatie, toucher en uitvoering van trillers.
De soloregistratie is met de Holpijp 8vt, Nasard 3vt, Vox Humana 8vt en balgtremulant van Het Bovenwerk, de expressieve Noordduitse 'vertaling' van de in die tijd zo geliefde Hollandse Bovenwerk registratie met Baarpijp 8vt, Quintadena 8vt en Vox Humana 8vt.
In de begeleiding klinkt in het Rugpositief de Quintadena 16vt en Prestant 8vt. Dit typisch Noordduits barokke 16 voets element geeft de melancholie mede haar affect en kleur. In het pedaal wordt die klankkleur herhaald met de 16 voets grondstemmen plus 8 en 6 voet.
Het koraal is geregistreerd met de beroemde 16de eeuwse, in de discant 3 sterke Bovenwerk Prestant van het Martiniorgel. In het pedaal wordt dan de Dulciaan 16vt toegevoegd. Een Dulciaan is een vroegere vorm van de Fagot. Bach hield erg van dit register. Hij oordeelde dat het vanwege het delicate karakter ervan heel geschikt was 'in die Music' (1708). Met dat laatste zal wellicht het orkest bedoeld zijn, maar een Prestant is ook een orgelimitatie van strijkers.
De tremulant blijft hier ook in werking en is hier bedoeld ter verlevendiging van de strijkersklank zoals dat in het orkest heel gewoon is en er, ook in oude muziek, op bepaalde plekken een licht vibrato mag klinken. Ofwel is er bij non-vibrato van de strijkers in het barokorkest vanwege het samenspelen van meer musici tegelijk altijd sprake van een natuurlijke ietwat golvende klankstructuur. Geen wonder dat in de 17de eeuw Sweelinck leerling Samuel Scheidt de zacht slaande tremulant als een hoofdregister beschouwde.