Psalm 38 Dick Slagman Evangelische Lutherse kerk den Haag Sweelinq
Henk Visser
0:00 / 0:00
Psalm 38 Dick Slagman Evangelische Lutherse kerk den Haag Sweelinq
89 просмотров · 6 дн. назад
Henk Visser
52 подписчика
89 просмотров · 6 дн. назад
Bewerking over psalm 38 van Dick Slagman, gespeeld op de Sweelinq sampleset van het prachtige Bätz orgel van de Evangelische Lutherse kerk in den Haag.
Dit orgel is zeer geliefd en beroemd om zijn prachtige klank. Liefelijk en zwevend in de zachte klanken, maar ook stoer en robuust in het volle werk. Veel bekende organisten speelden en spelen hier hun concerten.
In deze bewerking heb ik gekozen voor om de uitkomende stem met de dulciaan van het rugwerk te doen. Dit register heeft een klagerige toon die goed bij deze psalm past.
Psalm 38 is geschreven door David. Deze psalm is één van de zeven boetpsalmen en is van begin tot eind één grote uiting van verdriet en klacht. De zonde en beproevingen van David zijn de oorzaak van zijn verdriet en het onderwerp van zijn klacht. Hij erkend dat zijn zonden de oorzaak zijn van zijn klachten die hij zelfs lichamelijk ervaart. Hij is er ziek van. Hij ervaart zijn zonde als een zware last die hem drukt.
Maar temidden van zijn klacht troost de dichter zich ermee dat God kennis heeft genomen van zijn klacht en gebed.
Hij roept het uit in zijn gebed: Heere! voor U is al mijn begeerte. U weet wat ik nodig heb en wat mijn wens is; mijn zuchten is voor U niet verborgen. U kent de last waaronder ik zucht en de zegeningen waar ik zo naar verlang. David besluit zijn gebed met een vurige bede om Gods nabijheid die hij niet kan missen.
enkele verzen uit de psalm:
Vers 1
Groot en eeuwig Opperwezen,
Zeer te vrezen,
Straf mij in Uw gramschap niet;
Toon mij toch, dat Uw kastijden,
In mijn lijden,
Uit geen grimmigheid geschiedt.
Vers 3
Door Uw gramschap, fel ontstoken,
Is verbroken
Al mijn vlees en lichaamskracht;
Rust, noch vrede wordt gevonden,
Om mijn zonden,
In mijn beend'ren, dag of nacht.
Vers 4
Want mijn hoofd is als bedolven
In de golven
Van mijn ongerechtigheên;
Zulk een last van zond' en plagen,
Niet te dragen,
Drukt mijn schouders naar beneên.
Vers 6
'k Ben, door Uwe wet te schenden,
Krom van lenden,
Vol van druk, benauwd van hart;
Zeer gebogen en verslagen,
Moe van klagen,
Ga ik al den dag in 't zwart.
Vers 8
Uitgeteerd door al mijn klachten
Zijn mijn krachten,
Zeer verbrijzeld en vergaan;
'k Brul van bitt're zielesmarte,
Want mijn harte
Is verzwakt, door al Uw slaan.
Vers 9
Maar wat klaag ik, HEER der heren?
Mijn begeren
Is voor U, in al mijn leed,
Met mijn zuchten en mijn zorgen,
Niet verborgen;
Daar Gij alles ziet en weet.
Vers 15
Want, o trouw en eeuwig Wezen,
In mijn vrezen
Staat mijn hoop op U alleen;
Gij, mijn God, zult in ellenden
Bijstand zenden,
En verhoren mijn gebeên.
Vers 21
Zie mij, HEER, wien elk moet duchten,
Tot U vluchten.
O mijn God, verlaat mij niet;
Blijf niet, wegens mijn gebreken,
Ver geweken;
Toon, dat Gij mijn rampen ziet.
Vers 22
HEER, ik voel mijn krachten wijken
En bezwijken;
Haast U tot mijn hulp, en red,
Red mij, Schutsheer, God der goden,
Troost in noden,
Grote Hoorder van't gebed.
foto's via Sweelinq