Перейти к содержимому

Ds. M. van Kooten | Jesaja 6:7-8 | De roeping van Jesaja | Voorbereidingspreek |

Evangelie Herauten

0:00 / 0:00

Ds. M. van Kooten | Jesaja 6:7-8 | De roeping van Jesaja | Voorbereidingspreek |

846 просмотров · 1 день назад
Evangelie Herauten
27,4 тыс. подписчиков
846 просмотров · 1 день назад
“En hij roerde mijn mond daarmede aan, en zeide: Zie, deze heeft uw lippen aangeroerd; alzo is uw misdaad van u geweken, en uw zonde is verzoend. Daarna hoorde ik de stem des Heeren, Die zeide: Wien zal Ik zenden, en wie zal voor Ons heengaan? Toen zeide ik: Zie, hier ben ik, zend mij heen.” De roeping van Jesaja: 1. Zijn belijdenis 2. Zijn belofte 3. Zijn boodschap In deze voorbereidingspreek voor het Heilig Avondmaal staat ds. M. van Kooten stil bij de roeping van Jesaja. Wanneer Jesaja de heiligheid van God ziet, wordt hij niet groot maar juist klein: “Wee mij, want ik verga.” Zelfs deze profeet ontdekt dat hij voor Gods heilig aangezicht niet kan bestaan. Ds. Van Kooten vergelijkt Jesaja met de dichter Christian Schubart. In diens leven was veel zonde zichtbaar, terwijl Jesaja naar menselijke maatstaven juist voorbeeldig leefde. Toch zou Jesaja volgens Van Kooten moeten zeggen: “Ik kan die man een hand geven.” Niet omdat hij dezelfde zonden bedreef, maar omdat hij voor Gods heiligheid zijn eigen hart leert kennen. De vraag klinkt vervolgens of zo'n zondaar wel tot het heil en tot de tafel van de Heere Jezus genodigd kan worden. Het Evangelie antwoordt: “Deze ontvangt zondaars en eet met hen.” Gods heiligheid maakt de zonde niet klein, maar juist tegen die achtergrond wordt de verzoening in Christus des te groter. De gloeiende kool van het altaar is voor Jesaja geen verdoemende maar een verzoenende kool. Ds. Van Kooten trekt daarbij de lijn naar Christus en, met een verwijzing naar Calvijn, naar brood en wijn aan het Heilig Avondmaal: zichtbare bevestiging van het volbrachte werk van Christus. Wanneer de schuld verzoend is, klinkt Gods vraag: “Wie zal Ik zenden?” Jesaja biedt zichzelf aan: “Zend mij.” Ds. Van Kooten vertelt daarbij hoe professor Wisse kandidaat-predikanten niet allereerst naar hun roeping vroeg, maar of zij ooit hadden geprobeerd “een visje te vangen” — iemand voor de Heere te winnen. De roeping beperkt zich ten slotte niet tot het predikantschap. Ook in de bouw, op school of op kantoor kan iemand een goed woord van zijn Koning spreken en de Heere Jezus aanprijzen. Preken van ds. M. van Kooten staan met zijn toestemming op Evangelie Herauten.