Ds. J.W. Kersten | Handelingen 9:17-19 | De bekering van Saulus |
Evangelie Herauten
0:00 / 0:00
Ds. J.W. Kersten | Handelingen 9:17-19 | De bekering van Saulus |
4 046 просмотров · 2 мес. назад
Evangelie Herauten
28,2 тыс. подписчиков
4 046 просмотров · 2 мес. назад
„En Ananias ging heen en kwam in het huis; en de handen op hem leggende, zeide hij: Saul, broeder! de Heere heeft mij gezonden, namelijk Jezus, Die u verschenen is op den weg, dien gij kwaamt, opdat gij weder ziende en met den Heiligen Geest vervuld zoudt worden. En terstond vielen af van zijn ogen gelijk als schellen, en hij werd terstond wederom ziende; en stond op, en werd gedoopt. En als hij spijze genomen had, werd hij versterkt. En Saulus was sommige dagen bij de discipelen, die te Damaskus waren.”
De bekering van Saulus:
1. Saulus vóór zijn bekering
2. Saulus in zijn bekering
3. Saulus na zijn bekering
In deze leespreek over de bekering van Saulus laat ds. J.W. Kersten zien dat uiterlijke godsdienst, rechtzinnigheid en een nauwgezet leven op zichzelf geen bewijs zijn van het werk van God. Saulus was ernstig, ijverig en onberispelijk en meende oprecht God te dienen, terwijl hij tegelijk een vijand was van Christus en Zijn gemeente. Juist daarin lag zijn blindheid: hij was ervan overtuigd dat hij het bij het rechte eind had.
Kersten waarschuwt daarom indringend voor een godsdienst waarin Christus niet het middelpunt is. Een mens kan ijveren voor de kerk, de waarheid en Gods geboden en toch buiten Christus leven. Hij noemt het zelfs levensgevaarlijk om een godsbeeld buiten Jezus om te vormen: Christus is het middelpunt en het merg van de ware godsdienst.
Op de weg naar Damascus wordt Saulus stilgezet. Alles waarvan hij dacht dat het goed was, wordt hem uit handen genomen. Hij ontdekt dat hij met zijn godsdienstige ijver niet vóór God, maar tégen God heeft gestreden. De man die dacht alles te weten, weet uiteindelijk niets meer en vraagt: „Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?” Kersten tekent dit niet als het eindpunt, maar als de weg waarin Saulus wordt voorbereid op de openbaring van Christus.
Door de komst van Ananias wordt Saulus vervolgens op Jezus gewezen. Niet zijn ervaringen, benauwdheid of verandering vormen het middelpunt van zijn bekering, maar Christus Zelf. Wanneer zijn ogen worden geopend, leert hij wie Jezus is en waarom Hij op Golgotha stierf en opstond: opdat ook een zondaar als Saulus zalig kan worden.
Dat bepaalt vervolgens ook Saulus' leven en prediking. Waar het hart vol van is, loopt de mond van over. Daarom stelt Kersten de persoonlijke vraag: spreken we vooral over onze bevinding, bekering en geestelijke ervaringen, of is Jezus Zelf ons leven geworden? Hij betrekt dat nadrukkelijk ook op predikanten en ouderlingen: in prediking en pastoraat behoort Christus te worden aangeprezen, omdat er voor zondaren in Hem een fontein van eeuwige zaligheid ligt.
Deze preek is door een ouderling gelezen in een leesdienst en met toestemming van de ouderling op Evangelie Herauten gepubliceerd. De preek is afkomstig uit de prekenbundel "De schenking, beproeving en overwinning van het geloof" Tweede zestal predikaties 1963.
Deze preek is voorgesteld door een abonnee van Evangelie Herauten. Wilt u ook een preek voorstellen? Dat kan via evangelieherauten@gmail.com. Vermeld altijd het e-mailadres van de predikant, zodat toestemming gevraagd kan worden. Bij een fragment ontvangen wij graag ook de link naar de volledige preek; deze wordt altijd eveneens gepubliceerd.