Перейти к содержимому

Cassatievlog #175 | Ambtshalve toetsing informatieplichten bij schadeverzekering | Pels Rijcken

Pels Rijcken

0:00 / 0:00

Cassatievlog #175 | Ambtshalve toetsing informatieplichten bij schadeverzekering | Pels Rijcken

154 просмотра · 8 дн. назад
Pels Rijcken
309 подписчиков
154 просмотра · 8 дн. назад
Hoge Raad 9 oktober 2026 ECLI:NL:HR:2026:1636 Ruben de Graaff bespreekt in vier minuten de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad over de ambtshalve toetsing door de rechter van de informatieplichten van schadeverzekeraars tegenover consumenten. Ga naar https://cassatieblog.nl en schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief. Zo ben je altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op het gebied van de civiele cassatierechtspraak in Nederland. Hoge Raad 9 oktober 2026 ECLI:NL:HR:2026:1636 https://uitspraken.rechtspraak.nl/det... Artikel 6:193d Burgerlijk Wetboek https://wetten.overheid.nl/BWBR000528... Artikel 6:193j lid 3 Burgerlijk Wetboek wetten.nl - Regeling - Burgerlijk Wetboek Boek 6 - BWBR0005289 Artikel 3:40 lid 2 BW Burgerlijk Wetboek https://wetten.overheid.nl/BWBR000529... Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen wetten.nl - Regeling - Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft - BWBR0020421 Artikel 1:23 lid 1 Wet op het financieel toezicht https://wetten.overheid.nl/BWBR002036... --------------------------- Welkom, mijn naam is Ruben de Graaff, cassatieadvocaat bij Pels Rijcken. Vandaag bespreek ik een uitspraak over consumentenrecht. De uitspraak gaat over de informatie die de consument moet krijgen vóór het sluiten van een schadeverzekering. Deze informatie is in Europese Richtlijnen omschreven. De vraag is of de rechter ambtshalve moet beoordelen of de schadeverzekeraar deze informatie aan de consument heeft verstrekt. En als de verzekeraar dat niet goed heeft gedaan, moet de rechter dan een sanctie opleggen, en zo ja welke? Vijf jaar geleden beantwoordde de Hoge Raad vergelijkbare vragen. Toen ging het niet om schadeverzekeringen, maar om andere consumentencontracten. De Hoge Raad maakte destijds een onderscheid tussen essentiële en niet-essentiële informatie. Essentieel is de informatie die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerde keuze te maken. Ontbreekt deze informatie, dan levert dit een oneerlijke handelspraktijk op én is de overeenkomst vernietigbaar. De Hoge Raad oordeelde dat bij een voldoende ernstige schending van deze essentiële informatieplichten de rechter gehouden kán zijn om de overeenkomst ambtshalve geheel óf gedeeltelijk te vernietigen. Deze lijn wordt nu doorgetrokken naar schadeverzekeringen. De Hoge Raad geeft eerst een overzicht van de essentiële informatieplichten van schadeverzekeraars. Dat zijn er te veel om hier op te noemen. Het gaat bijvoorbeeld om informatie over de belangrijkste kenmerken, de totale kosten en de risico’s. En over de minimale looptijd en het recht op tussentijdse beëindiging. De rechter moet ambtshalve toetsen of de informatie die de consument heeft gekregen correct, duidelijk en niet misleidend is. En ook bij een voldoende ernstige schending van déze verplichtingen kán de rechter gehouden zijn om de overeenkomst ambtshalve geheel óf gedeeltelijk te vernietigen. Om deze laatste conclusie te bereiken, moet de Hoge Raad nog wel een juridische puzzel leggen. De reden is dat de informatieplichten van schadeverzekeraars zijn geïmplementeerd in het financiële toezichtrecht. Anders dan vijf jaar geleden, kan de Hoge Raad daarom niet de algemene bepaling over nietigheid wegens strijd met de wet toepassen. Die bepaling wordt namelijk uitgesloten in de Wet op het financieel toezicht. Daarom moet worden teruggevallen op de specifieke nietigheidsbepaling voor oneerlijke handelspraktijken. Maar die bepaling leidt niet zonder meer tot hetzelfde resultaat. Voor vernietiging op die grondslag is namelijk niet voldoende dat sprake is van strijd met de wet. De consument zal ook moeten aantonen dat hierdoor zijn besluit om de overeenkomst aan te gaan, is beïnvloed. Gelukkig komt de Hoge Raad de consument te hulp met een bewijsvermoeden. Bij een voldoende ernstige schending van een essentiële informatieplicht wordt vermoed dat de schadeverzekering als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk tot stand is gekomen. Dit vermoeden kan de verzekeraar weerleggen, maar aan die weerlegging worden hoge eisen gesteld. Zo probeert de Hoge Raad zoveel mogelijk te voorkomen dat consumenten die een schadeverzekering afsluiten een slechtere uitgangspositie hebben dan andere consumenten, puur omdat de Nederlandse wetgever de Europese informatieplichten heeft geïmplementeerd in het financiële toezichtrecht.