De Verschijningsvormen van OCD: angstige en niet-angstige obsessies
Het Innerlijke Laboratorium
0:00 / 0:00
De Verschijningsvormen van OCD: angstige en niet-angstige obsessies
79 просмотров · 8 дн. назад
Het Innerlijke Laboratorium
69 подписчиков
79 просмотров · 8 дн. назад
#OCD #Dwangstoornis #MennoOosterhoff #Psychiatrie #MentaleGezondheid #ValsAlarm #HetInterneLaboratorium
Hoeveel vormen van OCD zijn er eigenlijk? Wie aan OCD denkt, denkt vaak aan handen wassen, controleren, tellen of dingen steeds opnieuw doen. Maar zo’n indeling zegt vooral iets over wat iemand dóét. In deze aflevering kijken psychiater Menno Oosterhoff, auteur van Vals alarm, en arts en neurowetenschapper Jan M. Keppel Hesselink naar iets fundamentelers: wat is de onderliggende onrust die iemand tot die dwanghandeling brengt?
Dat verschil blijkt belangrijk. Twee mensen kunnen allebei hun handen wassen, terwijl hun OCD van binnen heel anders aanvoelt. De één is bang zelf besmet te raken, de ander vreest iemand anders te besmetten en daarvoor verantwoordelijk te zijn. Weer een ander is helemaal niet bang voor besmetting, maar ervaart vooral walging: iets voelt vies, goor of alsof het zijn persoonlijke territorium binnendringt.
Menno maakt daarom eerst onderscheid tussen angstige en niet primair angstige obsessies. Binnen de angstige vormen bespreekt hij drie belangrijke varianten. Er zijn de weerzinwekkende of verboden gedachten, waarbij iemand bang is zelf iets verschrikkelijks te doen. Daarnaast is er responsibility OCD, waarbij de angst draait om een ramp die door een eigen fout of nalatigheid zou kunnen ontstaan. Een derde vorm betreft rampen die jezelf, je naasten of je bezittingen kunnen treffen zonder dat je daar zelf schuld aan hebt.
Maar een belangrijk deel van OCD draait volgens Menno helemaal niet primair om angst. Sommige mensen ervaren vooral walging. Anderen kunnen iets wat verloren, vergeten of gemist is nauwelijks verdragen. Een vergeten gedachte kan dan plotseling van enorm belang voelen, ook al weet je rationeel dat dat nergens op slaat. Weer anderen kennen vooral het gevoel dat iets niet klopt: het schilderij hangt scheef, iets is niet symmetrisch, een handeling is niet helemaal af of één klein detail verhindert dat het geheel goed voelt.
Daarnaast bestaan er urge-only verschijnselen of impulsies, waarbij vooral de drang om iets te doen op de voorgrond staat: tellen, aanraken, ordenen, rechtzetten of een bepaalde handeling herhalen. De onderliggende onrust is dan soms nauwelijks in woorden te vatten. Menno bespreekt ook de interessante grens met complexe tics.
Deze manier van kijken heeft mogelijk consequenties voor de behandeling. Wanneer een therapeut bij iedere vorm van OCD blijft vragen “Waar ben je bang voor?”, kan dat bij iemand wiens dwang helemaal niet angstig aanvoelt de plank misslaan. Menno vertelt zelfs over een patiënt die het treffend samenvatte: zij ging met een dwangstoornis de behandeling in en kwam er naar haar gevoel met een dwangstoornis én een angststoornis weer uit. De vraag wordt daarom hoe goed we werkelijk luisteren naar wat iemand zelf ervaart.
Het gesprek komt uiteindelijk uit bij een bredere gedachte over OCD. Misschien is de kern niet één specifieke angst, maar een overgevoeligheid voor de kwetsbaarheid, fragiliteit en onafheid van het bestaan. Menno noemt dit zelfs een vorm van entropie-allergie: de menselijke werkelijkheid is nooit honderd procent zeker, compleet, schoon, veilig of blijvend, terwijl het dwangsysteem juist op die rafelranden aanslaat.
Een gesprek over OCD van binnenuit, over angst en walging, schuld en verantwoordelijkheid, verlies en perfectionisme, not-just-right feelings, impulsies en uiteindelijk de vraag wat iemand met OCD werkelijk probeert op te lossen met zijn dwanghandelingen.
Met Menno Oosterhoff, psychiater en auteur van Vals alarm, en Jan M. Keppel Hesselink, arts, neurowetenschapper en meditatie- en yogaleraar.
Deze aflevering maakt deel uit van Het Interne Laboratorium en het werk rond OCD van Breath4Balance.